Creatief flitsen: color gels

In slechte lichtomstandigheden ontkom je niet aan een flitser. Je kunt van die nood een deugd maken: als je dan toch moet flitsen, maak er dan wat moois van!

Voor een aankomende shoot had ik een ideetje wat ik graag wilde testen. Daar is dit eerste beeld uit gekomen. Er zijn vijf elementen die bijdragen aan hoe dit portret eruitziet:

  • kleurtemperatuur
  • paraplu
  • diafragma
  • sluitertijd
  • kniebuiging

Kniebuiging?!? Ja, kniebuiging.

Kleurtemperatuur

Ik heb een blauwe en een groene color gel over elkaar heen gebruikt (ik heb gekozen voor het MagMod systeem, wat enorm gebruiksvriendelijk is). Het onderwerp wordt dan verlicht met blauw-groen flitslicht. De achtergrond, waar het flitslicht niet komt, houdt gewoon een normale kleurtemperatuur. Om de huid toch min of meer de juiste kleur te geven, heb ik de kleurtemperatuur in de camera ingesteld op dat blauw-groene licht: 8600K. Dit doe je door de witbalans handmatig in te stellen.

De camera interpreteert het blauwgroene flitslicht als gewoon neutraal licht (ongeveer 5500K), maar de rest van het beeld wordt te warm. De achtergrond kleurt daarom rood/oranje.

Die rood-oranje kleur heb ik overigens in de bovenste rand van de foto in Photoshop weer meer naar blauw-groen gedraaid.

De lichtopstelling

Paraplu

Hoe kleiner de lichtbron, hoe harder het licht. Daarom krijg je messcherpe schaduwen als je een foto maakt met bijvoorbeeld het lampje van je telefoon, of het ingebouwde flitsje van een compactcamera. Of dus met een reportageflitser, zoals mijn Nissin Di700A.

Een truc om de lichtbron te vergroten is om het licht te laten reflecteren vanaf een groter oppervlak. Je richt dan een flitsparaplu op het onderwerp, en je flitser flitst in de paraplu. Nu is niet meer de flitser de lichtbron, maar de veel grotere paraplu. Het resultaat is zachter licht met zachtere schaduwen.

De flitsparaplu staat rechts van de camera.

Diafragma

Hierboven ging het dus over de VERlichting van het onderwerp, nu gaat het over de BElichting: hoeveel licht heb je nodig? Flitslicht is zó kort dat de sluitertijd hier geen rol speelt in de juiste belichting van het onderwerp. Het gaat dus om het diafragma en de kracht van de flitser.

De flitser staat op halve kracht, om niet alle kleur uit die gels weg te blazen. Zo kan ik fotograferen op F/11, zodat ik nog wat onscherpte in de achtergrond krijg.

Sluitertijd

De sluitertijd heeft geen invloed op het onderwerp waar de korte flits op valt. Maar er zijn ook delen van de foto waar het flitslicht niet komt: de achtergrond. Die achtergrond is zo donker, dat lichtmeting een sluitertijd van 30 seconden geeft bij F/11. Dat hoeft nou ook weer niet, de achtergrond mag best donker blijven.

Ik kies voor een sluitertijd van één seconde. Hierdoor blijft de achtergrond mooi donker, en heb ik nog tijd voor mijn kniebuiging.

Kniebuiging

Er is nog één element uit het beeld niet verklaard: de achtergrond schemert door het onderwerp heen. Het portret lijkt transparant.

Hoe dan? Kniebuiging!

Zodra de flits is geweest is het onderwerp goed belicht op de foto terecht gekomen. Maar dan heb je nog bijna de hele seconde van de sluitertijd over, waarin het onderwerp eigenlijk niet meer nodig is voor de opname.

Als het onderwerp blijft staan, blijft de achtergrond geblokkeerd. Maar als het onderwerp uit beeld verdwijnt als de sluiter nog open staat, zal ook de achtergrond in de foto terechtkomen. Je krijgt dan een soort dubbelopname. En daar is dus de kniebuiging: om uit beeld te verdwijnen.

Hoe sneller na de flits het onderwerp uit beeld verdwijnt, hoe prominenter de achtergrond erdoorheen zal schemeren. Het vraagt dus enige timing om het juiste effect te krijgen!