Baas over de M-stand: 3 instellingen waarmee ook jij dat kan worden!

Ik weet nog zó goed dat ik mijn oude analoge spiegelreflexcamera voor de eerste keer op de M-stand zette.

Enig idee waarom ik dat nog zo goed weet?

Omdat het hele rolletje mislukte.

Yep. True story.

En ik had geen idee hoe dat kwam! Nog steeds niet trouwens. Superfrustrerend. Zesendertig (36!) foto’s mislukt. En dan te bedenken dat ik bij het wegbrengen van het rolletje nog aan het wikken en wegen was of ik ze mat of glanzend zou laten afdrukken.

(tekst gaat verder onder de afbeelding)

Superfrustrerend. Zesendertig (36!) foto’s mislukt.

Ik koos voor mat trouwens. En de fotograaf heeft ze braaf allemaal voor me afgedrukt.

Zo ging dat.

Oké, maar wat heeft dat met ons in de 21e eeuw te maken?

Goeie vraag!

Tegenwoordig kijken we natuurlijk gewoon op het schermpje van de camera of het beeld goed belicht is. Easy does it. Lekker je camera op de automaat en een beetje belichtingscompensatie doet wonderen als het te licht of te donker is.

Magic. Toch?

Maar veel fotografen willen dolgraag van die automatische stand af. Jij waarschijnlijk ook. Anders zou je dit niet lezen 😉

Dus je zet je hypermoderne camera* aan. En op je schermpje zie je automatisch een goed belicht beeld.

Maar dan… zet je de camera in de M-stand!

Pats! Ineens een veel te donker beeld. Of veel te licht.

Wat nu?

Aan welke knoppen moet je draaien om dat weer goed te krijgen?

Heb jij, net als ik vroeger, geen idee?

Opgetogen ging ik toen mijn 36 kunstwerkjes ophalen. Mislukt: hier en daar wat vage contouren en dat was het dan wel.

Toen ben ik me er toch maar eens in gaan verdiepen.

En nu weet ik precies aan welke knoppen ik moet draaien om een goed belichte foto te krijgen!

Let’s try. Op zoek naar een mooi onderwerp en in de M-stand met die camera!

Ik zet mijn camera aan, kies voor de M-stand en zie het volgende beeld:

Duidelijk overbelicht!

Tja, daar is nog iets niet goed. Maar wat? Aan welke instellingen moeten we iets veranderen om tot een goed belichte foto te komen?

Er blijken maar drie (3!) instellingen te zijn die je nodig hebt om tot een goed belichte foto te komen.

Met deze 3 instellingen word jij baas over je beeld!

Het zijn:

  1. diafragma
  2. sluitertijd
  3. ISO-waarde

Meer niet?!?

Nee, meer niet.

We laten ze even de revue passeren. Dan kijken we daarna hoe we van bovenstaande foto een goed belicht beeld kunnen maken.

1. Diafragma

Om een foto te maken moet er licht vallen op de sensor in je camera. Dat licht komt binnen via de lensopening.

Het diafragma bepaalt hoe groot die lensopening is. Hoe groter het diafragma, hoe meer licht er binnen komt.

Op je camera stel je de grootte van het diafragma in met een F-waarde. Bijvoorbeeld: F/11. Of: F/5.6. Of: F/22.

Heb jij enig idee wat die getalletjes betekenen?

Maakt niet uit. Voor nu is het vooral belangrijk dit te onthouden: hoe kleiner de F-waarde, hoe groter het diafragma.

hoe kleiner de F-waarde, hoe groter het diafragma

2. Sluitertijd

Oké. We weten nu dat het diafragma bepaalt hoe groot de lensopening is.

En we weten ook dat er licht door die lensopening op de sensor moet vallen om een foto te maken.

Bovendien weten we dat die sensor gevoelig is voor licht.

Het is dus handig als er niet constant licht op die sensor valt. Daar zorgt de sluiter voor: de sluiter sluit de lensopening af.

Bij het maken van een foto moeten we de sluiter dus even openen, zodat er licht naar binnen kan vallen. Maar hoe lang is “even”?

Komen we op terug. Voor nu is het belangrijk dat je begrijpt dat de tijd dat de sluiter open staat om licht door te laten de sluitertijd is.

de sluitertijd is de tijd dat de sluiter openstaat om licht door te laten

3. ISO-waarde

Oké! Zo komen we steeds een stapje verder.

Dus: bij het maken van een foto open je de sluiter en valt er licht door de lensopening op de sensor. Het diafragma bepaalt hoe groot die lensopening is.

Helder.

Die sensor heeft dus licht nodig. Maar hoe gevoelig is dat ding voor licht?

Dat kun je instellen! Dat doe je met de ISO-waarde.

Als er héél weinig licht is, bijvoorbeeld in een slecht verlichte kamer, dan is het handig dat de sensor heel gevoelig is voor het weinige licht dat er is. Je kiest dan een hoge ISO-waarde.

Bij heel véél licht, bijvoorbeeld in de volle zon, hoeft de sensor minder gevoelig te zijn. Er is toch licht zat. Je kunt dan voor een veel lagere ISO-waarde kiezen.

hoe hoger de ISO-waarde, hoe lichtgevoeliger de sensor is

Eindelijk: fix de foto!

Top! Dan gaan we nu maar eens kijken wat de instellingen waren bij onze véél te lichte foto.

Dit waren de instellingen:

Diafragma: F/22
Sluitertijd: 1/60 seconde
ISO-waarde: 3200

Nou, dan gaan we het rijtje eens af. We weten dat het beeld te licht is en dus donkerder moet.

Kunnen we daar met het diafragma iets aan doen?

Een kleiner diafragma zou minder licht doorlaten. Het probleem is alleen dat de lens die ik hier heb gebruikt geen kleiner diafragma dan F/22 heeft.

Dan kijken we naar de sluitertijd. Die is 1/60 seconde. Een kortere sluitertijd laat minder licht door dan een langere sluitertijd. Daar zit wel ruimte! Mijn camera kan de sluitertijd terugschroeven tot 1/4000 seconde.

Bij 1/1250 seconde lijkt er een aardig beeld te ontstaan:

Instellingen: F/22, 1/1250sec, ISO3200

Gefixt!

Toch?

Nou, laten we eens even van wat dichterbij gaan kijken. Als we inzoomen op het midden van de foto zien we dit:

Ruis!

Dat ziet er best wel gruizig uit.

Hoe komt dat?

Dat is helaas de prijs die je betaalt voor die vaak zo handige hoge ISO-waarde: veel ruis. En dat ziet er lelijk uit.

Hier is de ISO-waarde 3200. Dat kan veel lager!

Dus als we zo min mogelijk ruis willen, dan schroeven we de ISO-waarde zo veel als mogelijk is terug.

Dat kan bij deze camera tot ISO100. Maar let op: dat kan niet ongestraft! Anders wordt de foto weer te donker.

We moeten dan de belichting dus compenseren met een groter diafragma en/of een langere sluitertijd. Want bij ISO100 is de sensor veel minder lichtgevoelig dan bij ISO3200.

Laten we het diafragma iets vergroten van F/22 naar F/11. Dat levert wel een beter, maar nog steeds een te donker beeld op. Dus gaan we de sluitertijd ook iets verlengen.

Voor een juiste belichting moeten we de sluitertijd verlengen van 1/1250 naar 1/125 seconde.

Dan krijgen we dit beeld:

Top! Voor de zekerheid zoomen we ff in om te checken of die lelijke gruizigheid nu verdwenen is.

Kijk, dat ziet er netjes uit!

Conclusie

We hebben in de M-stand een goed belichte foto gemaakt door aan maar 3 instellingen van de camera te sleutelen: diafragma, sluitertijd en ISO-waarde.

Dit noemen we de belichtingsdriehoek.

Meer heb je niet nodig om in de M-stand goed belichte foto’s te maken.

Vond je dit artikel interessant? Dan is het MiniZine absoluut wat voor jou!

Abonneer je meteen!

Subscribe

* indicates required

In het MiniZine vind je elke twee weken informatie, inspiratie en tips over fotografie.

Hans Reitzema Photography gebruikt jouw gegevens uitsluitend voor het toesturen van het MiniZine.

We use Mailchimp as our marketing platform. By clicking below to subscribe, you acknowledge that your information will be transferred to Mailchimp for processing. Learn more about Mailchimp’s privacy practices here.

* Affiliate link: links naar producten zijn affiliate links